Kaag: ambassadepersoneel Afghanistan van bed gelicht door VS

 © Hollandse Hoogte / ANP

Het Nederlandse personeel op de ambassade in de Afghaanse hoofdstad Kaboel is zaterdagnacht van het bed gelicht door Amerikaanse militairen.

RedactieBron: ANP

Dat zei demissionair minister Sigrid Kaag (Buitenlandse Zaken) dinsdag in de Tweede Kamer.

Lees ook: Taliban kondigen amnestie af en willen mensen aan het werk

„In de nacht van zaterdag op zondag zijn de uitgezonden stafleden van de ambassade van het bed gelicht. Tegen hen is gezegd: de compound wordt binnenkort overvallen, ga nu naar de luchthaven”, aldus Kaag. Medewerkers van andere ambassades kregen volgens de minister dezelfde boodschap. Door de haast en een probleem met de communicatieapparatuur was er geen mogelijkheid om meteen het lokale Afghaanse personeel ook in te lichten, aldus Kaag.

Waarschuwing

NRC berichtte dat het lokale personeel zondag een verlaten ambassade aantrof. Volgens Kaag was er te midden van de haastige evacuatie van de ambassade een „communicatie breakdown”. Toen het weer mogelijk was om vanaf het vliegveld contact te zoeken met het lokale personeel, is dat gebeurd, benadrukte Kaag.

Een woordvoerder van Buitenlandse Zaken licht toe dat als een ambassade acuut en onverwacht moet worden verlaten, de post ‘offline’ gaat. Daarom was het niet mogelijk om in de nacht meteen het lokale personeel in te luchten, aldus de zegsman.

Kaag hoopt dat de komende dagen een aantal mensen in veiligheid kan worden gebracht. „Zeker het lokale ambassadepersoneel. Zij hebben alles in het werk gesteld om het vertrek van de tolken mogelijk te maken.”

Maar ze gaf daarbij wel een waarschuwing. „Wij hebben totaal geen invloed, geen controle. We hebben niet de middelen om mensen vanuit plekken verder dan Kaboel weg te halen, dat doen andere landen ook niet. Het risico is er dat mensen de luchthaven niet kunnen en zullen bereiken. Nee, er is geen garantie. Dat is de vreselijke realiteit.”

Risico

De VVD vindt dat het kabinet moet proberen „zorgvuldig” te beoordelen of de mensen die uit Afghanistan worden teruggehaald geen bedreiging in Nederland kunnen vormen. Dat zei Kamerlid Jeroen van Wijngaarden tijdens het Kamerdebat over de crisis. Dat is wat hem betreft niet in strijd met het beschermen van mensen die in „groot gevaar” zijn door hun werk voor Nederland.

Volgens Van Wijngaarden is het een reëel risico dat zich bijvoorbeeld IS-strijders die door de taliban zijn vrijgelaten onder de evacués mengen. Hij wil weten wat het kabinet doet om dat te voorkomen. Wat hem betreft moet de identiteit van mensen op de passagierslijsten zo goed mogelijk gecontroleerd worden, en waar mogelijk gecheckt worden of ze oorlogsmisdaden hebben begaan. Dat gebeurt ook met vluchtelingen die in Nederland aankomen, benadrukt hij: „er is expertise”.

Kritiek

De opmerkingen kwamen Van Wijngaarden op vragen en kritiek te staan. SP’er Renske Leijten verweet hem Afghanen die in de knel zitten verdacht te maken. Laurens Dassen van Volt vroeg hem of ruimhartigheid nu niet belangrijker moet zijn dan zorgvuldigheid. En Kati Piri van de PvdA wilde weten hoe Van Wijngaarden de controles praktisch voor zich zag.

De VVD’er weersprak dat ruimhartigheid en zorgvuldigheid elkaar in de weg zitten, maar liet de precieze invulling aan het kabinet. „Hoe moeilijk dat ook is, dat snap ik, ultieme crisissituatie. Maar het kabinet moet zich daar wel voor inspannen.” Hij zou het liefst zien dat iedereen die wordt geëvacueerd zo mogelijk individueel gescreend wordt.

Van Wijngaarden wilde ook van het kabinet weten in hoeverre de ontstane situatie voorkomen had kunnen worden. Hij wil weten of de inlichtingendiensten hun werk goed hebben gedaan en of er plannen lagen om mensen die in gevaar zijn het land uit te helpen.

Emotioneel

„Een ongelooflijke clusterfuck” en een „ramp voor de Afghaanse bevolking”. Zo omschreef CDA-Kamerlid Derk Boswijk dinsdag in een emotioneel betoog in de Tweede Kamer de ontstane situatie in Afghanistan.

„Het spijt me voor mijn woorden, maar ik kan geen betere vinden”, zei Boswijk, die ook namens de SGP sprak. Net als veel andere Kamerleden is het Boswijk een doorn in het oog dat vragen van de Kamer aan het begin van het debat nog niet waren beantwoord, maar „de tijd voor politiek is later”, aldus de CDA’er. „Nu moet het uitgangspunt zijn dat elke Afghaan die voor Nederland heeft gewerkt en nu door de taliban wordt bedreigd, in veiligheid wordt gebracht. In de regio, of hier. We hebben een morele verplichting.”

Boswijk, zelf reserveofficier bij de landmacht, brak toen hij zich tot Nederlandse veteranen richtte die in Afghanistan dienden. „Jullie hebben al zoveel gedaan. Hadden wij als politiek maar meer gedaan.”

Gevolg

VVD’er Jeroen van Wijngaarden hamerde erop dat duidelijk moet zijn dat mensen die hierheen willen komen, wel echt voor Nederland hebben gewerkt en geen gevaar vormen. Boswijk onderschrijft dat uitgangspunt, maar zei ook dat „de realiteit is dat die check heel veel tijd kost. Er is heel veel grijs, en het enige wat we niet hebben is tijd.” Hij opperde om die beoordeling later uit te voeren in ‘safe havens’ in andere landen. „Laten we zorgen dat ze eerst in het vliegtuig zitten. We moeten pragmatisch zijn.”

Joost Eerdmans van JA21 wilde van Boswijk weten wat het praktische gevolg is van Boswijks ruimhartige betoog. „Om welke aantallen gaat het?” Maar wat Boswijk betreft „mag het aantal slaapplekken” in opvangcentra „geen excuus zijn om mensen die voor hun leven vrezen niet te evacueren. Voor alles is een oplossing. We wonen onder de zeespiegel, we kunnen veel meer dingen aan”.

‘Te afschuwelijk voor woorden’

D66 wil het Kamerdebat over de crisis in Afghanistan nog niet gebruiken om te kijken wat er de afgelopen tijd is misgegaan. De partij vindt het in deze fase vooral belangrijk om te bespreken wat er gedaan kan worden voor de mensen die daar nu nog vast zitten, zei Salima Belhaj. „Bewakers, judiciële medewerkers, koks, chauffeurs, fixers van journalisten, medewerkers van Nederlandse ontwikkelingsprojecten, mensenrechten- en in het bijzonder vrouwenrechtenverdedigers.”

Belhaj stelde de aanwezige demissionaire ministers Sigrid Kaag (Buitenlandse Zaken) en Ank Bijleveld (Defensie) vragen over alle mensen die op een of andere manier voor Nederland gewerkt hebben. Wat haar betreft moeten die extra beschermd worden door ze aan te merken als groepen die systematisch vervolgd worden. Dat zou ze in Nederland meer rechten geven.

Denk-Kamerlid Tunahan Kuzu wilde van Belhaj weten waarom zij denkt dat het nog niet gelukt is om doortastender te zijn in het terughalen van tolken en waarom er geen ruimhartiger beleid tot stand is gekomen. De D66’er noemde de ontstane situatie „te afschuwelijk voor woorden”, maar acht het „in een tijd van crisis” niet constructief om te praten over fouten die zijn gemaakt. Daar „heeft niemand wat aan”, zei ze daarop.

D66 vroeg de bewindsvrouwen ook hoe het gaat met de evacuatieoperatie. Hoeveel mensen zitten er nog vast, en hoe groot is het vervangende ambassadeteam dat klaarstaat om naar Kabul te reizen. Ze wilde ook weten of er een plan B is voor het geval de luchthaven niet meer open kan. Wel vroeg ze minister Bijleveld terug te blikken op de manier waarop de tolken behandeld zijn. „De minister heeft zich altijd verantwoordelijk opgesteld, maar kan ze vandaag ook uitleggen wat ze nu daadwerkelijk heeft gedaan en wat er de afgelopen twee maanden is gebeurd.”

Wil je alle Plus-artikelen lezen?

Dagelijks publiceren we meer dan 100 Plus-artikelen op onze site & app. Nieuws, achtergronden, analyses, reportages, interviews en columns. Word nu digitaal abonnee en kies voor een jaar lang korting of maandelijkse flexibiliteit.

Kies digitaal