Zijn de rijken rijker geworden en de armen armer? Dit zegt het CBS na onderzoek over bijna halve eeuw

Print
Zijn de rijken rijker geworden en de armen armer? Dit zegt het CBS na onderzoek over bijna halve eeuw

Afbeelding: ANP/HH

In ruim veertig jaar zijn de inkomens in Nederland fors gegroeid, nam de koopkracht toe, daalde de belastingdruk en bleef de ongelijkheid vrijwel stabiel. Onderzoek van de Universiteit Leiden en het CBS staat haaks op de maatschappelijke discussie. „Armoede is in subgroepen wel degelijk een probleem.”

In de langjarige statistieken zaten een paar fikse breuken. Die zijn nu door onderzoekers van Leiden University en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gerepareerd. Daardoor kunnen we eindelijk zien hoe de inkomens zich hebben ontwikkeld van 1977 tot nu. Met verrassende conclusies.

De Leidse hoogleraar Koen Caminada, die de kar trok van dit grote onderzoek, is verrast dat de belastingdruk sinds 2014 weer daalt. „Op die uitkomst moest ik wel even kauwen, want ik dacht dat belastingen en premies alleen gestegen waren.”

Wat heeft u onderzocht?

„Het belangrijkste dat wij hebben gedaan is de inconsistenties repareren die er waren in de inkomensstatistieken. Dat klinkt heel technisch, maar is wel belangrijk. Er zaten twee serieuze knippen in de cijfers, in 2001 en in 2011. Door verschillende definities en het ontbreken van gegevens voor eerdere jaren waren de inkomenscijfers over een lange reeks van jaren niet onderling vergelijkbaar. Dat hebben we opgelost en nu kunnen we inkomenstrends vanaf 1977 tot nu zien. Die data zijn openlijk toegankelijk, iedereen kan ermee aan de slag.”

Zijn de rijken rijker geworden en de armen armer? Dit zegt het CBS na onderzoek over bijna halve eeuw
Hoogleraar Koen Caminada: „Al 26 jaar bezig met dit onderzoek.” Foto: Dijkstra BV/De Telegraaf

De conclusies zijn alleen maar positief: de koopkracht stijgt en de besteedbare inkomens nemen alleen maar toe. Dat staat haaks op eerder onderzoek van bijvoorbeeld de Rabobank.

„Wij hebben deze statistieken op orde willen brengen juist vanwege die maatschappelijke discussie. Overigens hebben wij echt iets anders gedaan dan de Rabobank. De Rabo-economen hebben gekeken of de inkomens de groei van de economie hebben bijgebeend, wij blijven buiten die discussie.”

Wat vindt u zelf de belangrijkste conclusie?

„Dat de inkomensongelijkheid in Nederland niet hoog is en vrijwel stabiel over de jaren. Door de knip in de oude data in 2001 was ik erg nieuwsgierig of de inkomensongelijkheid was toegenomen sinds de beruchte belastingherziening in dat jaar. Maar nu de statistieken zijn gerepareerd en we de jaren voor en na 2001 met elkaar kunnen vergelijken, zie je dat er geen toenemende ongelijkheid is van besteedbare inkomens. Dat zijn de inkomens na belastingen, toeslagen en uitkering. We zien wel dat de primaire inkomens schever verdeeld zijn in de loop der jaren. De herverdelingsmachine moest steeds harder draaien. Maar die machine werkt, waardoor de inkomensverhoudingen onder de streep gelijk zijn gebleven.”

Hoe verklaart u de maatschappelijke onrust hierover?

„Ik denk dat buitenlandse onderzoeken ook hier invloed hebben. Als je ziet dat de ongelijkheid in Angelsaksische landen toeneemt, dan denken mensen dat dat in Nederland ook wel aan de hand zal zijn. En we laten in ons onderzoek gemiddelden zien. Armoede is in subgroepen wel degelijk een probleem. Onder senioren bestaat armoede bijna niet meer, maar er zijn wel 250.000 kinderen, vooral in huishoudens met een migratieachtergrond, die in armoede leven. Aan de onderkant van de inkomensverdeling zit er echt iets goed scheef. Als je naar de spreiding kijkt over subgroepen, zie je een heel divers beeld.”

Welke groepen doen het beter en welke minder goed?

„Als je naar de ontwikkeling van de koopkracht kijkt, zie je dat werkenden er relatief goed op vooruit zijn gegaan. Maar mensen in een uitkering, zeker in de bijstand, zijn er beduidend minder op vooruit gegaan. Dat geldt ook voor gepensioneerden. Het aanvullend pensioen blijft beduidend achter.”

Volgens Rabo-onderzoek staat het besteedbaar inkomen per huishouden onder druk.

„Dat spreken wij in ons onderzoek ook niet tegen. Je ziet een demografische trend dat huishoudens in de loop der jaren kleiner worden. We zijn als land veel welvarender geworden, misschien dat we het ons daarom konden veroorloven om in kleinere huishoudens te gaan wonen. Maar een eenpersoonshuishouden is relatief duur wonen. Daar kan wel degelijk een spanning zitten. Je ziet nu ook dat jongeren langer thuis blijven wonen omdat ze in hun eentje niet aan een betaalbaar huis kunnen komen. Wij hebben de inkomensontwikkeling onderzocht, de Rabo kijkt vervolgens wat je met zo’n inkomen kunt doen.”

Zijn de rijken rijker geworden en de armen armer? Dit zegt het CBS na onderzoek over bijna halve eeuw
Foto: Getty Images

Hoe zit het met de topinkomens?

„Hun inkomensaandeel stijgt in Nederland niet en ze zijn matig vergeleken met andere landen. De bestverdienende 1 procent van Nederland verdient 6 à 7 procent van het totale inkomen. Dat kun je nog steeds teveel vinden, daar ga ik niet over. Maar het is wel stabiel over de jaren. En we wijken internationaal enorm af. In Amerika verdient 1 procent van de mensen 19 procent van het totale inkomen, in Duitsland 13 procent. Deels komt dat doordat we vermogenswinsten in Nederland, zoals via bv’s, niet als inkomen zien. Maar we wijken wel heel erg af. Van de 177 onderzochte landen zitten wij in Nederland het laagst. Dan kun je niet zeggen dat er bij ons een enorme inkomensconcentratie is bij een kleine groep, wat wel het gevoel is bij het brede publiek.”

Lees ook: Alarm over dalende koopkracht: welke tegenvallers mogen we nog meer verwachten?

Uit uw onderzoek blijkt dat de belasting- en premiedruk daalt. Dat is verrassend.

„Ja, dat verraste mij ook. Overigens zie je dat de zorg- en pensioenpremies wel zijn gestegen sinds 1985. Maar de totale lastendruk ging omlaag. Overigens is wel van belang naar welke periode je kijkt. In de jaren 2001 tot 2013 nam de lastendruk toe. Sinds 2014 zijn de lasten gedaald. Ik moest ook even kauwen op deze uitkomst, want ik had ook gedacht dat we een voortdurend stijgende lastendruk zouden vinden.”

Wat zijn we met dit onderzoek opgeschoten?

„Het is een particulier antwoord, maar ik ben hier al 26 jaar mee bezig. Nu we eindelijk langjarige statistieken hebben van inkomens en we de gaten hebben gedicht, is dat een soort overwinning op mezelf. In alle beleidsvoorbereiding worden inkomens meegenomen. Dan is het toch van de gekke dat we die inkomensstatistieken niet op orde hadden? Dat was de drijfveer van mij en mijn team.”