Steeds minder jonge mannen werken sinds de financiële crisis van 2008

Print
Steeds minder jonge mannen werken sinds de financiële crisis van 2008

Afbeelding: Getty Images/Westend61

Het afgelopen decennium is het aandeel jonge mannen dat werkt afgenomen. Met name onder mannen in de leeftijd van 25 tot en met 44 jaar is de afname fors, met een daling van 5 procentpunt in tien jaar tijd. Dat zijn ruim 100 duizend werkende jonge mannen minder.

Deze afname hangt samen met minder werkgelegenheid in sectoren waar relatief veel mannen werken, de nasleep van de financiële crisis en een (tijdelijke) toename in het aantal jonge mannen met een Wajong-uitkering. Dit blijkt uit de CPB-publicatie ‘Dalende arbeidsparticipatie van jonge mannen’ die op 15 oktober is gepubliceerd.

Vooronderzoek

Het Centraal Planbureau (CPB) heeft een vooronderzoek uitgevoerd naar de mogelijke oorzaken en gevolgen van de dalende arbeidsparticipatie onder jonge mannen. Zo nam de arbeidsdeelname onder jonge mannen tussen 2000 en 2008 nog licht toe en is de arbeidsdeelname onder oudere mannen en onder zowel jonge als oudere vrouwen tussen 2008 en 2018 juist toegenomen. Bij jonge vrouwen is de toename van de participatie na 2008 wel beduidend kleiner dan in de periode voor 2008.

Internationaal fenomeen

De dalende arbeidsparticipatie onder jonge mannen is verder een internationaal fenomeen. In de meeste landen is, evenals in Nederland, een daling van de arbeidsdeelname zichtbaar tussen 2008 en 2018, waar tot 2008 nog doorgaans een stijging van de arbeidsdeelname zichtbaar was. Vergeleken met andere landen is de arbeidsparticipatie van jonge mannen in Nederland nog relatief hoog.

Factoren die volgens internationale literatuur mogelijk een rol spelen zijn een hogere onderwijsdeelname, demografische en samenstellingseffecten, de nasleep van de Grote Recessie, een dalende arbeidsvraag in sectoren waar historisch relatief veel mannen werken, ontwikkelingen in beleid, een toenemende vrijetijdsbesteding (onder andere gaming), ontwikkelingen in medicijngebruik, kruis- en verdringingseffecten en de grotere vangnetfunctie van ouders/familie.

Onderwijsdeelname

Voor mannen jonger dan 25 jaar geldt – in lijn met de literatuur – dat de daling van de arbeidsparticipatie tussen 2008 en 2018 sterk samenhangt met de toename in onderwijsdeelname. Deze groep is per saldo niet minder gaan participeren, wanneer onderwijsdeelname wordt meegerekend. Voor mannen in de leeftijd van 25-34 jaar is er ook samenhang met een hogere onderwijsdeelname, maar blijft een substantiële daling over na correctie hiervoor.

Bouw en nijverheid

Meer structureel lijkt er sprake van een forse afname van het aantal werkzame personen in sectoren waar relatief veel mannen werkzaam zijn (zoals de bouw en nijverheid), met name bij 25-34-jarige mannen vinden we sterke samenhang tussen de ontwikkeling van het aantal werkzame personen in een sector en het aandeel mannen dat werkzaam is een sector.

In lijn met de dalende arbeidsdeelname van jonge mannen zien we verder een toename van het aandeel jongeren met een uitkering. Vooral de toename van het aandeel Wajong-uitkeringen is opvallend: zo verdubbelde het aandeel 25-34-jarige mannen met een Wajong-uitkering tussen 2008 en 2018. Dit effect is met het invoeren van de Participatiewet waarschijnlijk tijdelijk.

Toegang tot alle Plus-artikelen?

Dagelijks worden meer dan 100 Plus-artikelen gepubliceerd door de verslaggevers van De Limburger. Steun de regionale journalistiek en word digitaal abonnee vanaf 1,04 per week.

Profiteer nu