Varkenshouders in zwaar weer door fors dalende prijzen: ‘Het is interen op je reserves’

Print
Varkenshouders in zwaar weer door fors dalende prijzen: ‘Het is interen op je reserves’

Zeugenhouder Gaston Ploumen: „Dit kost me wekelijks 20 euro keer duizend biggen.”  Afbeelding: Marcel van Hoorn

Wittem -

De varkensmarkt staat zwaar onder druk. De prijs van varkensvlees is fors gedaald en voer extreem duur. Op de korte termijn zijn er geen verbeteringen in zicht, want er is meer aanbod dan vraag. De landbouworganisaties hebben in Brussel aangeklopt voor financiële steun. „Eigenlijk moet gewoon het aanbod van varkensvlees naar beneden.”

Varkenshouder Gaston Ploumen uit Wittem erkent dat het op dit moment wel prettig is dat hij zelf niet bij zijn varkensfokkerij met zo’n 1500 zeugen woont en buiten zijn bedrijf even het hoofd leeg kan maken. „Ik ben ruim twintig jaar varkenshouder, maar dit heb ik nog nooit meegemaakt. Het is interen op je reserves. Van de opbrengst kun je nog niet eens het voer betalen. De overige kosten als energie, personeel en gezondheid komen daar nog bij. Ik kom al gauw 20 euro keer duizend geproduceerde biggen tekort per week.”

Malaise

De malaise in de varkenshouderij is zo groot dat varkensboeren smachten naar extra geld om het hoofd boven water te houden. De boerenorganisaties LTO Nederland, Productorganisatie Varkenshouderij (POV) en het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) hebben de Europese Commissie in een brief zelfs gevraagd om directe financiële steun om door het prijsdal te komen. „Vanuit de Europese landbouwgelden krijgt de varkenshouderij nu helemaal niets”, zegt POV-directeur Theo Duteweerd.

„De varkenshouders zitten in een perfecte storm”, zegt Robert Hoste, econoom varkensproductie aan de Wageningen Universiteit & Research (WUR). „Er is een overaanbod aan varkensvlees. Dat komt omdat de vraag uit China weer afneemt nu daar de Afrikaanse varkenspest op zijn retour is en er is door corona een gebrek aan personeel in de slachterijen, waardoor zij de aangeboden dieren simpelweg niet verwerkt krijgen. Dit is in combinatie met sterk stijgende voerprijzen en energiekosten.”

Wat rest is een negatief inkomen van ver onder nul, bleek eerder al uit de inkomensraming van de WUR. Afgelopen jaar kwam het gemiddelde inkomen van een varkensboer uit op een halve ton in het rood. Vooral zeugenbedrijven hebben problemen met een negatief inkomen van gemiddeld 136.000 euro en dat zal nog verder dalen.

Varkenspest

Veel varkensboeren zitten momenteel met banken om tafel om tot een oplossing te komen. Het zijn vaak ingewikkelde gesprekken. „Ik zie niet heel snel verbeteringen”, zegt René Veldman, sectoreconoom varkenshouderij bij de Rabobank. „Er is nu varkenspest onder wilde zwijnen in Duitsland, Italië en een aantal Oost-Europese landen, waardoor deze landen maar beperkt kunnen exporteren buiten Europa. Wat er eigenlijk moet gebeuren is dat het aanbod in Europa naar beneden moet.”

Duteweerd voegt daaraan toe dat producenten van veevoeders de prijsstijging van wel 30 procent doorberekenen aan de boer en slachterijen de lage vleesprijs afwentelen op de varkenshouder. „De verhoudingen in de keten moeten rechtgetrokken worden.”

Opmerkelijk is dat de scherp dalende prijzen van varkensvlees de fokbedrijven harder raken dan de vleesvarkensbedrijven. Nederland telt 600 gespecialiseerde zeugenbedrijven en 530 gesloten bedrijven: dat zijn varkensboeren die én fokken én vleesvarkens leveren. Landbouweconoom Hoste: „De cyclus van een zeugenhouderij van insemineren van de zeug tot het kunnen leveren van de biggen is 6,5 maand. Dus de zeugenhouder kan moeilijk anticiperen op marktveranderingen. De vleesvarkenshouder heeft een cyclus van 17 weken en kan besluiten om minder biggen in te kopen en zo komen de hardste klappen bij de zeugenhouderij.”

Minder boeren

Zowel banken als landbouweconomen en de varkenshouders zelf zien dat een iets kleinere omvang van de varkenshouderij de beste optie is, maar die moet dan wel Europees. Het is vooral de export buiten Europa die is weggevallen, maar daarin speelt Nederland maar een kleine rol. Daarnaast is het nu juist helemaal geen slim moment om te stoppen.

’Niet makkelijk’

„Als je wilt stoppen, moet je dat in goede tijden doen, want dan levert het bedrijf simpelweg meer op”, zegt de 50-jarige varkenshouder Ploumen. „In het verleden was het vaak een taboe om hierover te spreken. Gelukkig is dat wel veranderd. Zelf wil ik nog wel door. Ik heb goed personeel, de basis van het bedrijf. Toegegeven, het is niet gemakkelijk, maar ik klaag niet. Mijn vrouw heeft een goede baan en ik heb nog andere zakelijke dingen opgepakt. Mocht de overheid met een goede regeling komen, dan zal ik mijn afweging moeten maken.”

Meer lezen?

Nieuwe actie: Één jaar toegang tot alle Plus-artikelen voor slechts 1,04 per week. Daarmee lees je dagelijks meer dan 100 nieuwe Plus-artikelen op onze site & app. Of kies voor een van onze andere abonnementen.

Ik word digitaal abonnee