Voorgangers ABN ’spil’ in slavenhandel: ‘Bankiers vertraagden afschaffing’

 

 © ANP/HH

ABN Amro heeft een veel groter slavernijverleden dan altijd werd aangenomen. Voorgangers Hope & Co en R. Mees & Zoonen blijken in de achttiende en negentiende eeuw financiële giganten te zijn geworden met rechtstreeks uit slavernij en slavenhandel verdiend geld.

Ruben Eg

De bankiers hadden zelfs een hand in de ’tergend trage’ afschaffing van de slavernij in Nederland en Nederlandse koloniën, concluderen onderzoekers van het Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG), die het verleden van de bank nogmaals onder de loep hebben genomen.

„An addition of 20 good negroes”, schreef planter John Craven in 1777 aan zijn bank Hope & Co. Meer had hij niet nodig om zijn plantage winstgevend te maken en zo zijn schuld bij de Nederlandse bank af te lossen. Een planter op het Deense eiland St. Croix bezwoer zijn kredietverstrekker in hetzelfde jaar dat die niet hoefde te vrezen voor problemen met aflossing. „Onrust onder de negers of het vee zal ik zo snel mogelijk herstellen”, liet hij weten.

Samuel Thompson kreeg in 1970 een krediet van ƒ3000 „voor den aankoop van zeven negers” op zijn Southgate Farm op St. Croix. De diep in de schulden verzakte Runnels & Son peuterde in 1792 een extra hypotheek los met verschillende Caribische plantages en huizen op St. Eustatius, plus „Nog eens twaalf werkslaaven” en „negen slaven.”

Ontmenselijking

Een duidelijk voorbeeld van de ontmenselijking van slaafgemaakten in doorgespitte juridische en financiële documenten, schrijven de onderzoekers in hun onafhankelijk onderzoek naar de historie van ABN Amro en zijn voorgangers. De uitkomst werpt een smet op het historie van de grootbank. Hope & Co fuseerde in de jaren zestig met Mees & Zoonen tot Bank Mees & Hope, waaruit de nu belangrijke private bank van ABN Amro voorkwam: MeesPierson.

Met name Hope & Co werd in de achttiende eeuw een internationaal handelshuis en kredietverstrekker. Een derde van de inkomsten uit die tijd waren echter slavernijgerelaterd, zo concluderen de onderzoekers na een analyse van de boeken van de bank.

In 2006 deed ABN Amro al eens onderzoek naar de eigen rol in het slavernijverleden. Toen bleek dat voorgangers als de Nederlandsche Handel-Maatschappij (NHM), Knox & Dortland, Vlaer & Knol en Scheurleer & Zoonen handelden in goederen die geproduceerd werden op Atlantische slavenplantages. Daar werd alleen wel bij opgemerkt dat de investeringen ’nooit een significant onderdeel vormden van de zaken van enige ABM Amro-voorganger in Nederland’.

Spilfunctie

Dat geldt echter niet voor Hope & Co en Mees & Zoonen. De opkomst van Hope & Co als financiële gigant in Nederland hangt zelfs nauw samen met de betrokkenheid van de bank in de slavernij. De bank vervulde zelfs een ’spilfunctie’ in de financiering van slavernij op plantages in Nederlandse, Britse en Deense koloniën. Hope & Co handelde weliswaar niet direct in slaven, maar accepteerde wel duizenden slaven, vaak met naam en toenaam, als onderpand voor leningen. Tussen 1770 en 1780 waren rond de 4500 mensen gelijktijdig als slaaf verpand aan Hope & Co, die krediet verleende aan de bouw van zeker zes plantages.

Mees & Zoonen vulde de zakken met het verzekeren van de overtocht van Afrikaanse slaven naar onder meer Suriname, voor bijvoorbeeld schipbreuk, overlijden of piraterij. Ruim de helft van de zeeverzekeringen die de Rotterdamse kassiersbank rond 1770 afsloot was slavernijgerelateerd.

Henry Hope. 

Henry Hope. © ABN AMRO ART & HERITAGE

Pas in de negentiende eeuw trok Hope & Co zich terug uit de slavernij. Niet om principiële redenen, maar omdat bank in problemen kwam met kredieten in Louisiana door de afschaffing van de slavernij in de Verenigde Staten na de Amerikaanse burgeroorlog. „Een ramp”, noemden Hope-bankiers het einde van de slavernij in de VS. „Vrome oplichterij”, brieste Henry Hope in 1794 aan zijn Londense zakenpartner Francis Baring toen de Britten de trans-Atlantische slavenhandel wilden afschaffen. „Fanatici die handelden vanuit een misplaatst gevoel van rechtvaardigheid en medemenselijkheid.”

Toen Nederland de slavernij in Suriname wilde afschaffen drong topbankier Samuel Pieter Labouchère in 1858 met een petitie in de Tweede Kamer persoonlijk aan op een hogere compensatie per slaafgemaakte voor de bank. De onderzoekers leggen ook een link tussen het protest van de Hope-bankiers en de ’tergend trage’ afschaffing van de slavernij in Nederland en Nederlandse koloniën. In gebieden waar de slavernij werd afgeschaft, ging Hope & Co dan ook ongestoord verder met zakken vullen aan andere vormen van koloniale dwangarbeid.

Onlosmakelijk verbonden

Het in 1762 aan de Keizersgracht opgerichte Hope & Co specialiseerde zich ooit onder mede-oprichter Henry Hope in buitenlandse leningen. Aan het eind van de achttiende eeuw ontpopte de bank zich tot een van de grootste internationaal opererende financiers van staatsleningen. Zo werd in 1803 bijvoorbeeld het Britse met Barings & Co. een lening aan de VS verstrekt voor de aankoop van het Franse Louisiana. Dat leverde de bank ook directe toegang op tot de financiering van de plantages rond de Mississippi.

In een periode waarin Europeanen zich te goed deden aan suiker, koffie, indigo, katoen en tabak doken Hope & Co en Mees en Zoonen zich op de financiering van plantages en slavernij waar de luxeproducten werden gemaakt. De slavenhandel was hier onlosmakelijk mee verbonden. Tussen 1700 en 1800 werden meer dan 6,5 miljoen Afrikanen met slavenschepen naar de plantages op de koloniën gestuurd. Ruim 900.000 overleefden de erbarmelijke oversteek niet.

Tijdens de Zevenjarige Oorlog tussen de Britten en Fransen had de Amsterdamse instelling uit het neutrale Nederland zich getransformeerd van wisselbank met een omzet van ongeveer ƒ10 miljoen in het jaar voor de oorlog, tot een internationaal handelshuis met een voor deze tijd fenomenale bedrag van ƒ47 miljoen in 1762.

Daarmee vergaarde nazaat Thomas Hope ook steeds meer politieke invloed, waarmee hij zich ook inliet in beslissingen over slavernij en slavenhandel. De bank bedacht ondertussen speciale constructies om nieuwe plantages te financieren. Via een zogenoemde negotiatielening kon een plantage als hypothecair onderpand dienen voor uitbreiding of de bouw van een nieuwe. Naast grond en gebouwen, taxeerde de bank ook de slaven hiervoor. Hope & Co verdiende 5% rente op de kredieten, samen met hoge provisies en onkostenvergoedingen.

ABN Amro biedt ’diepgevoelde excuses’ aan voor het ’handelen pijn’ die de ’schaduwkant’ van de eigen historie heeft veroorzaakt. Ceo Robert Swaak zegt ’het onrecht uit het verleden’ niet ongedaan te kunnen maken. Hij belooft dat de bank in gesprek blijft met vertegenwoordigers van de gemeenschap. Met de eigen Foundation wil ABN Amro nieuwe initiatieven ontwikkelen om onder meer families met sociale achterstanden te helpen met onderwijs, stageplekken en schuldsanering.

Meer lezen?

Nieuwe actie: Één jaar toegang tot alle Plus-artikelen voor slechts 1,04 per week. Daarmee lees je dagelijks meer dan 100 nieuwe Plus-artikelen op onze site & app. Of kies voor een van onze andere abonnementen.

Ik word digitaal abonnee