Fikse loonsverhogingen, maar toch zien economen de koopkracht een deuk oplopen

De vakbonden hebben wekenlang gestreden voor hogere lonen in de metaalsector. 

De vakbonden hebben wekenlang gestreden voor hogere lonen in de metaalsector. © ANP

Amsterdam -

Loonstijgingen van rond de tien procent voor politieagenten en basisschoolonderwijzers, vakbonden die met Schiphol onderhandelen over meer loon voor het personeel: op het eerste gezicht lijkt er een loongolf op gang te komen. Maar zo hard gaat het voorlopig niet, waarschuwen experts.

Dorinde Meuzelaar

Voor wie hoopt dat een hoger salaris de peperdure energierekening of duurdere boodschappen compenseert, heeft econoom Piet Rietman (ABN AMRO) voorlopig geen goed nieuws. „Of de gemiddelde inflatie in 2022 nu rond de 6 of zelfs 7 procent uitkomt: met een cao-loongroei van tegen de 3 procent kan het niet anders dan dat de koopkracht flink daalt.”

En daar helpt geen incidentele loongroei of kabinetsingreep tegen, is de bittere boodschap.

ABN AMRO berekende dat de cao-loongroei in april gemiddeld op 2,8 procent uitkwam. Daarmee zitten we weer op het niveau van voor de pandemie. Na 2020 werd het effect van de coronacrisis zichtbaar, en daalden de cao-lonen.

Dat we dat nu hebben ingelopen, noemt econoom Piet Rietman ’gewoon marktwerking’. „Dit niveau hoort bij de huidige krapte op de arbeidsmarkt. Hoe hard de lonen stijgen, is ontzettend afhankelijk van die krapte.”

Lees ook: Econoom ABN AMRO: ‘CBS blaast inflatie op met eigenzinnige rekenmethode’

Ook cao-deskundige Henk Strating van CAO-expert.online ziet dat loonstijgingen weer op pre-coronaniveau zitten. „Voor die crisis hadden we een sterke economie waar in een aantal sectoren personeelstekorten ontstonden. En nu ziet de situatie er economisch net zo uit.” Van een loongolf is volgens hem dus geen sprake.

En het is ook helemaal niet de taak van werkgevers om de rekening van de hoge inflatie op te pakken, stelt werkgeversvereniging AWVN. „Wij begrijpen ook dat werknemers daar veel last van hebben, en daar zijn we niet ongevoelig voor. Maar we zijn er niet om de koopkracht te compenseren.”

Voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW Ingrid Thijssen stelde vorige week nog dat ze de oproep van premier Rutte om meer loon ’misplaatst’ vond.

Lees ook: Boycot van Russische olie jaagt inflatie nog verder op

Werkgevers zouden wel heel veel op hun bordje krijgen, in de vorm van allerlei lastenverzwaringen. Daar is de AWVN het hartstochtelijk mee eens. „Bedrijven hebben zelf ook heel veel last van inflatie. Dus als we dan ook nog een-op-een koopkrachtbehoud moeten realiseren voor werknemers, betalen werkgevers eigenlijk twee keer voor de inflatie. Dat tast de gezondheid van het bedrijfsleven aan.”

„Iedereen preekt voor eigen parochie”, zegt Strating. „De bonden willen hogere lonen. Werkgevers zeggen dat ze al heel veel doen en dat er dus niet veel bij hoeft. En de politiek ziet de prijzen stijgen, en vreest dat zij het probleem op haar bord krijgt als ze dat moet compenseren via belastingverlagingen. Dus roept Rutte dat de lonen wel wat omhoog mogen.”

Calimero-gevoel

Maar volgens Strating hoeft niemand een ’Calimero-gevoel’ te hebben. „Als ik kijk naar de cao’s van de afgelopen vijftien jaar, zijn er ook perioden geweest waarin de lonen sterker stegen dan de prijzen. Ook in de periode dat er nauwelijks inflatie was, kregen werknemers er wel 1 à 2 procent bij. Nu zitten we in een periode waarin prijzen extreem stijgen. Dan is het ook logisch dat de lonen daarbij achterblijven. De politie, het onderwijs en een aantal marktsectoren gaan die stijging nu een beetje volgen. Maar al met al doen we het in Nederland heel behoorlijk, niemand hoeft het gevoel te hebben dat de klappen altijd bij hen terechtkomen.”

Ook ABN-econoom Rietman ziet de komende jaren een lichtpuntje: „Cao-afspraken liggen voor langere tijd vast. Wij verwachten dat de inflatie in 2023 nog steeds hoog is, maar wel gaat dalen. En veel cao’s die nu worden afgesloten, gelden dan nog steeds. Dan hebben we wel de hoge loongroei van 3 procent, maar ligt de inflatie lager.”

Dus waar we dit jaar fors inleveren en Rietman 2023 een ’overgangsjaar’ noemt, verwacht hij in 2024 en 2025 koopkrachtherstel. „Al moeten we daar dus nog wel even geduld voor hebben.”

Meer lezen?

Nieuwe actie: Één jaar toegang tot alle Plus-artikelen voor slechts 1,04 per week. Daarmee lees je dagelijks meer dan 100 nieuwe Plus-artikelen op onze site & app. Of kies voor een van onze andere abonnementen.

Ik word digitaal abonnee