Befaamde ordnerfabriek van ‘Giedje’ Janssen uit Belfeld gaat tegen de vlakte

Print
Befaamde ordnerfabriek van ‘Giedje’ Janssen uit Belfeld gaat tegen de vlakte

Het sloopwerk bij de voormalige ordnerfabriek in Belfeld is in volle gang. Linksachter het bekende kantoorgebouw, dat later wordt gesloopt.  Afbeelding: Lé Giesen

Belfeld -

Een groot deel van de fabriekshallen ligt al tegen de vlakte, de komende tijd volgt de rest. Langzaam verdwijnt de ordnerfabriek van de befaamde familie Janssen uit het straatbeeld van Belfeld.

Sinds het bedrijf in 2019 voor de tweede keer op de fles ging, is het stil op het fabrieksterrein aan de Witveldweg in Belfeld. Enkel metaaldieven en urban explorers wisten de verlaten fabriek van Egidius Janssen nog te vinden.

Ze zagen de achtergelaten administratie, kunst aan de muur, pallets vol papier, jassen aan de kapstok, de marmeren lift en posters van naaktmodellen in een koffieruimte. Het borstbeeld van oprichter Egidius ‘Giedje’ Janssen, de draaiende globe op het dak van het kantoor en de wereldbol die decennialang de ingang sierde werden gered van vandalen, dieven en de sloop.

In totaal gaat 16.000 vierkante meter aan fabriekshallen tegen de vlakte. Ervoor in de plaats komt een productie- of logistiekhal. Nog even en het karakteristieke fabrieksgebouw is uit het straatbeeld verdwenen. Anekdotes uit de tijd bij ‘Giedje’ zijn er echter genoeg.

Egidius Janssen heeft in 1920 een klein ordnerfabriekje in Tegelen. Na zijn overlijden in 1955 treden kleinzoons Egidius junior (dan 23) en Huub (21) aan als directeur en groeit het bedrijf EJA enorm. In 1967 opent de fabriek aan de Witveldweg in Belfeld. Huub houdt hem draaiende, terwijl Egidius de wereld over reist om producten te verkopen.

Geld genoeg

Vooral de productie van honderden miljoenen metalen ordnermechanieken levert EJA veel geld op: in 1990 wordt er 8,6 miljoen gulden winst gemaakt. Medewerkers profiteren mee. De lonen zijn hoog, de toeslagen fors en tien procent van de winst gaat naar het personeel.

„Zes keer per jaar kregen alle medewerkers een envelop met honderd gulden”, weet Wil Janssen (64), de achterkleinzoon van de oprichter. „Of vijf gulden per dag dat ze er werkzaam waren.” ’s Zomers wordt een ijscokar gehuurd en met de paasviering worden 10.000 eieren verstopt. „Plus één gouden ei dat een extra cadeau opleverde.”

Ook de directeuren laten het breed hangen. Egidius verzamelt exclusieve auto’s en laat bij zijn werkjubileum in 1990 23-karaats gouden munten slaan met zijn beeltenis erop. Broer Huub houdt een jachtluipaard, genaamd Solo, als kantoor- en huisdier.

Bij beurzen, waar de fabrikant zich regelmatig laat zien, speelt geld geen rol. Er worden stoelen ingevlogen uit Egypte, duikers in aquaria gezet om ‘onderwaterschilderingen’ te maken en levende vissen en schorpioenen gebruikt als decor. Al trok de dierenbescherming de grens bij levende flamingo’s, herinnert Will zich nog. „Wat dat wel niet kostte? Niets, alleen het transport. Na de beurs verkochten we alles weer.”

Eind jaren ‘90 krijgt EJA het moeilijk door de veel goedkopere mechanieken die in China worden geproduceerd. Er worden honderden banen geschrapt en de familie Janssen moet aan de kant voor een nieuwe directeur. In 1999 volgt het faillissement. Er komt nog een doorstart, maar twintig jaar later gaan de deuren definitief dicht.

Meer lezen?

Nieuwe actie: Één jaar toegang tot alle Plus-artikelen voor slechts 1,04 per week. Daarmee lees je dagelijks meer dan 100 nieuwe Plus-artikelen op onze site & app. Of kies voor een van onze andere abonnementen.

Ik word digitaal abonnee