Van nul tot nu: ‘Vlaai vare’ in Banholt: meer dan eens werd buurjeugd die om vlaaien kwam bedelen ‘gekloeët’

Kermistijd is vlaaientijd. © archief Stichting Heemkunde Tebannet

Banholt -

Kermis in het dorp! Familiebezoeken over en weer. Dus werden flinke voorraden vlaaien gebakken, veelal door de dorpelingen zelf in de eigen bakoven. De grote en kleinere ronde bodems werden gevuld met ‘sjpies’ (spijs, vulling): kruimelen, rijst of pudding en rijkelijk belegd met vers of gedroogd fruit zo mogelijk uit de eigen boomgaard.

Harry van der Bruggen - Stichting Heemkunde Tebannet

Als een van de buurdorpen kermis vierde – in de decennia rond 1900 – , trok een groep mannelijke jeugd uit Banholt daarheen, om vlaaien af te bedelen. Zij hadden landbouwgereedschappen bij zich, paardenbellen en zwepen, waarmee zij een hels kabaal maakten. Zo imiteerden zij het gestamp van de paarden, het gekratsj van de hoefijzers op de keien en het gekraak van een boerenkar die gestrand was omdat een wiel was gebroken.

Rampen

De jongelui hielden halt bij elke aanzienlijke woning. Een woordvoerder die ze hadden aangesteld, vertelde met veel misbaar door welke rampen deze ‘reizigers’ waren getroffen. Zij waren onderweg met een karlading rotte kaas van Parijs naar Aken. Maar de paardenknechten deugden voor geen meter. Nu waren zij ‘mit de kar tenge inne paol gestoeëte / en nou is e raad nao de kloeëte’. Het ging de jongelui om dat raad, hetgeen ‘wiel’ of ‘wagenwiel’ betekent maar ook wordt gebruikt voor een vlaai. ‘Hub deer neet e vlaetsje veur e raedsje?’ De bewoner ging dan naar achter en kwam terug met een kermisvlaai. De gever werd uitbundig bedankt en ’n sjoen kermis toegewenst.

Theatraal

De toespraak bij iedere woning, d’r groete kaal, was in het dialect, uiteraard, maar gewoonlijk ook op rijm. De woordvoerder kon daarbij al zijn registers opentrekken van verbale en theatrale vaardigheden.

Zoete wraak

Dikwijls keerden de jongelui huiswaarts met manden vol smakelijke vlaaien – waaraan de dragers zich onderweg al flink tegoed hadden gedaan. Maar nogal eens werden zij gekloeët (bedrogen), want getrakteerd op vlaaien waarin een kartonnen bord was meegebakken, of besmeerd met mosterd of zeep, of bepoederd met zout, of met varkenshaar of koeienflats als sjpies. De Banholtse jeugd incasseerde dit alles gelaten en met humor. Binnenkort zou de buurjeugd immers de kermis in Banholt bezoeken en vlaaien komen afbedelen. Dan was het tijd voor zoete wraak.

Wil je alle Plus-artikelen lezen?

Dagelijks publiceren we meer dan 100 Plus-artikelen op onze site & app. Nieuws, achtergronden, analyses, reportages, interviews en columns. Word nu digitaal abonnee en kies voor een jaar lang korting of maandelijkse flexibiliteit.

Kies digitaal