Hute-te-tuut (71) over humor, kwestie van smaak

Ruth Schouwenberg. © Jos Verbong

Ruth Schouwenberg

Humor als wapen inzetten in de strijd tegen foute machtshebbers zodat die zich letterlijk en figuurlijk kapot lachen, als dat eens zou kunnen. Zou stukken beter zijn dan de allesvernielende raketten, bommen en granaten die voor zoveel ellende zorgen. Met verfijnde, satirische humor is het zelfs mogelijk rake klappen uit te delen zonder dat er doden te betreuren zijn. Alhoewel, een tiental medewerkers van Charlie Hebdo zijn ooit door satirische cartoons om het leven gebracht. Te triest voor woorden. Toch, juist nu, in deze tijd waarin inflatie, energiecrisis, huurprijzen, oorlog, boze burgers en boeren de boventoon voeren, kunnen we wel wat humor gebruiken. Welk soort humor, laten we daar asjeblieft geen ruzie over maken, smaken verschillen nu eenmaal.

Vaak (nou ja vaak, soms) denk ik terug aan de fantastisch knap gemaakte shows van Van Kooten en De Bie, Monthy Python, Theo & Thea of de flauwe Benny Hill. Sjef van Oekel met zijn kreten ‘reeds’, ‘wie is u’, ‘ik word niet goed’ en ‘als het ware’, die destijds met zijn absurdistische humor voor veel ophef zorgde. Mijn vader zei in het voorbijgaan dan, terwijl hij tersluiks naar de halfblote dames op het scherm keek: Môt det der nôw ech op? OMG, ik word echt oud, dit zijn allemaal shows uit de vorige eeuw.

Tegenwoordig geniet ik, naast een aantal hedendaagse cabaretiers zoals Hans Teeuwen (ja, ik zei al, kwestie van smaak) van de vaak onbedoelde humor van mijn kleinkinderen. Laatst zaten we in de auto, de kinderen achterin. Om de tijd te doden, deden we het spelletje ik zie, ik zie wat jij niet ziet. Julia (4) zegt altijd als zij aan de beurt is, jij ziet, jij ziet wat jij niet ziet. Dat op zich vind ik al grappig. Jij ziet, jij ziet wat jij niet ziet en het is geel, riep ze alzo vanuit haar autostoeltje. We probeerden te raden wat ze bedoelde, maar tevergeefs. Jullie krijgen nog tien kansen, zei ze met een guitige blik in haar ogen. Toen we alle mogelijke dingen op hadden genoemd, verzuchtte haar zichtbaar geërgerde broertje (5), wat bedoel je nou, Julia? ‘Ik bedoel dat gele bord welke wij allang voorbij zijn gereden’. Die triomfantelijke blik in haar gezicht, onbetaalbaar, maar vooral dat woord ‘welke’, dat deed het hem. Pollens, die Julia, een comédienne in de dop… als het ware!

Ruth Schouwenberg-Dings

Reacties: schouwdings@hetnet.nl.

Wil je alle Plus-artikelen lezen?

Dagelijks publiceren we meer dan 100 Plus-artikelen op onze site & app. Nieuws, achtergronden, analyses, reportages, interviews en columns. Word nu digitaal abonnee en kies voor een jaar lang korting of maandelijkse flexibiliteit.

Kies digitaal