Column: Uitstoting of gedwongen aandelenoverdracht in kort geding

Als je het hebt over een BV, dan denk je meteen aan een bedrijf. Maar meestal niet aan “mensen”. Eigenlijk vreemd toch? De meeste besloten vennootschappen zijn immers vaak kleinere ondernemingen met échte mensen als aandeelhouders en bestuurders. En waar mensen zijn, zijn emoties. Geregeld ook met onderlinge conflicten die zó hoog oplopen dat samen verder gaan niet meer mogelijk is. In dat geval voorziet de wet in een uitstotingsprocedure, waarmee de ene aandeelhouder de andere kan dwingen om de aandelen aan hem te verkopen: zie het als een gedwongen echtscheiding tussen aandeelhouders. Een ingrijpend iets dus. Maar kan zo’n uitstoting ook in kort geding?

James Leliveld

Een gedwongen overdracht van aandelen kan niet zomaar. Uitstoting is in feite een vorm van onteigening en het eigendomsrecht is stevig verankerd in het Nederlands recht. Er moeten dus écht goede redenen zijn voor de rechter om een uitstotingsvordering te honoreren. De lat ligt hoog. Dat is al het geval in normale procedures, maar in kort geding komt daar nog een schepje bovenop.

Wettelijke eisen voor uitstotingOm zo’n gedwongen aandelenoverdracht te kunnen bewerkstelligen, zal eerst moeten worden voldaan aan een aantal wettelijke vereisten: de eisende aandeelhouder zal minimaal een aandelenbelang van 1/3 moeten hebben. Daarnaast zal de andere aandeelhouder zich zodanig moeten gedragen dat hij “in zijn hoedanigheid als aandeelhouder” de vennootschap benadeelt of heeft benadeeld.

Zó schadelijk dat het voortduren van het aandeelhouderschap in alle redelijkheid niet kan worden geduld. Maar zoals gezegd, de lat ligt hoog: voor uitstoting gelden strenge voorwaarden. En uitstoting is eerder uitzondering dan regel. Gedragingen van een aandeelhouder die onredelijk zijn ten opzichte van de andere aandeelhouders vallen daar bijvoorbeeld buiten.

Uitstoting in kort gedingAan een vordering tot uitstoting in kort geding zijn nóg zwaardere eisen verbonden. Zo moet er ook een spoedeisend belang zijn. En een kortgeding vonnis is namelijk alleen een voorlopige voorziening of ordemaatregel. Zo’n vonnis is vaak geen definitieve beslissing en daarom is de rechter in kort geding vaak zeer terughoudend. Een kortgeding vonnis kan namelijk onomkeerbare gevolgen hebben als eenmaal de aandelen zijn overgedragen aan de ander.

Voorbeelden uit de rechtspraakDat een uitstootprocedure geen appeltje eitje is blijkt wel uit een zitting van vorige week bij de kortgeding rechter in Maastricht. Een meerderheid van de aandeelhouders probeerde mijn cliënte, een minderheidsaandeelhouder, uit te stoten. De kort geding rechter maakt onomwonden duidelijk, dat zij niet zomaar aan een toewijzing kon toekomen. En al zeker niet in die concrete omstandigheden. Alhoewel uitzonderlijk is er een aantal uitspraken te noemen waarin uitstoting in kort geding wél is toegewezen. Een recente uitspraak is die van de kortgeding rechter in Amsterdam van februari dit jaar. Maar zoals ook in deze zaak gaat het doorgaans om zeer extreme omstandigheden, bijvoorbeeld wanneer de continuïteit van de onderneming in gevaar komt.

Hoe dan ook, gelukkig biedt de praktijk ook nog vele alternatieven die leiden tot goede oplossingen in het geval van problemen tussen aandeelhouders.

Meer weten over de mogelijkheden?Vraag vrijblijvend naar uw mogelijkheden.