Panningse startup timmert aan de weg

Mathijs Lemmers (l) en Koen van de Mortel 

Duurzaam, licht, herbruikbaar en snel leverbaar. Hout is een hartstikke geschikt bouwmateriaal, vinden Mathijs Lemmers en Koen van de Mortel — zó geschikt dat ze er in Panningen met de startup ProWood Nederland hun specialisatie van hebben gemaakt. “We willen Limburg overtuigen om meer met hout te gaan bouwen.”

Redactie Ondernemen in Limburg

De een was “met splinters in de kont” geboren. Koens vader was namelijk timmerman en directeur productie van een houthandel waar hij zijn eerste professionele stappen zette. Hij stuurde de afdeling aan, verzelfstandigde het en kocht het toen hij 27 jaar was. Een economisch slechte tijd bracht hem naar een noodgedwongen affaire met de betonindustrie, maar de liefde voor hout bleef bestaan.

De ander was eigenlijk helemaal niet met hout bezig, maar met sporteconomie. Het bracht hem op allerlei paden waar hij “altijd wel wat leerde”, totdat hij opeens als key accountmanager aan de slag ging bij een multinational op het gebied van woningisolatie. Die key accounts waren vooral timmerfabrieken. De affiniteit met hout was geboren. Het bracht Mathijs uiteindelijk bij een groothandel in tuinhout, waar hij na enige tijd de naar de houtindustrie teruggekeerde Koen leerde kennen. De twee hadden meteen een klik. Samen trokken ze de kar: Mathijs commercieel en Koen productietechnisch. De samenwerking verliep goed — zo goed dat ze als zelfstandig ondernemers aan de slag gingen.

Het resultaat heet ProWood Nederland, een houtproductiebedrijf in Panningen dat zich specialiseert in houten gevelbekleding. Daar waar de meeste bouwbedrijven met steen en beton te werk gaan, kiezen de geboren Brabanders voor de bouw van een gevel voor een heel ander materiaal: hout. “Het is bio-based, het bouwt sneller, het houdt CO2 vast, het is voor een groot deel in de fabriek te bouwen, het heeft een isolerend en vochtregulerend vermogend, het is makkelijk te vervoeren én je kunt het makkelijker hergebruiken”, somt Koen op.

DuurzaamheidHout is echter geen kant-en-klaar bouwmateriaal. Het houdt vocht vast, waardoor het krimpt in de zomer en uitzet in de winter. Een huis dat telkens van vorm verandert is natuurlijk niet ideaal. “Wij maken daarom thermisch gemodificeerde houten gevels. Dat betekent dat we het vurenhout uit Scandinavië bij ons in een grote oven doen en het vocht onder druk van hete lucht uit het hout verwijderen”, legt Mathijs uit. “Zo veranderen we de cellenstructuur en maken we van hout een vormvast product dat tientallen jaren meekan. We zetten er ook een coating op, waardoor de levensduur nóg langer wordt. Dit alles doen we in eigen huis: van het inkopen en herzagen tot het profileren en coaten.”

De keuze voor vurenhout is een bewuste. “Wij willen een eerlijk stuk hout leveren”, vertelt Mathijs. “In de nieuwbouw is er veel vraag naar tropisch hardhout, maar het aanbod van vurenhout is veel groter, zelfs groter dan hetgeen we wereldwijd verwerken. De roofbouw die in de tropen wordt gepleegd, is dus bijvoorbeeld in de Scandinavische bossen niet aan de orde. We willen ons mede hierom volledig gaan richten op vurenhout en daar een gevel van leveren dat, mits onderhouden, tot in de einde der tijden meekan.”

OlievlekNog niet iedereen lijkt klaar voor deze nieuwe trend. Wat jullie doen, daar zijn ze hier nog niet aan toe, vertelde een Limburgse klant de heren onlangs. Ze merken dat Limburgers minder bekend zijn met het bouwen met hout, met de soorten modellen en types die in de rest van Nederland al heel normaal zijn. Toch is het volgens Mathijs slechts een kwestie van tijd voordat hun zelfbenoemde ‘olievlek’ zich over de provincie verspreidt.

“Het traditioneel bouwen en metselen zal in Nederland blijven bestaan, maar vakmannen — metselaars, loodgieters, elektriciens — zullen er volgens de trends op de arbeidsmarkt steeds minder zijn. Er moeten in de toekomst meer huizen worden gebouwd met minder handen. Bouwen met hout is dan dé oplossing, omdat dat dat veel sneller gaat. In een fabriek kun je geconditioneerd een woning bouwen die je via een oplegger naar de bouwlocatie brengt waar die na twee dagen ruwbouw overeind staat. De kwaliteit is bovendien beter.”

Die verhoogde kwaliteit weet Mathijs uit eigen ervaring. Zelf woont hij namelijk al zeven jaar in een houtskeletwoning, gebouwd door zijn broer. Het was de eerste houtskeletwoning van het dorp. Nu, zeven jaar later, telt Mathijs er vier. “Zo merk je dat de olievlek zich langzaam maar zeker verspreidt.”