Van nul tot nu Heuvelland: Vrijwilligsters poetsten ook bij watergebrek de kerk van Banholt

Een waas lag over het kerkmeubilair. © Stichting Heemkunde Tebannet

Banholt -

Vóór de waterleiding was aangelegd in Limburg, schepte men helder water uit beken en grondwater uit putten, en drenkte men het vee in koele: poelen met stilstaand water.

Harry van der Bruggen - Stichting Heemkunde Tebannet

Banholt werd op de waterleiding aangesloten in 1931. De twee waterputten werden opgeheven. Als een van de laatste gebouwen in het dorp zou de kerk een aansluiting en een kraan krijgen. Dit bracht de groep vrouwen en meisjes die geregeld de kerk poetsten in de problemen. Want waarvandaan moest nu het water gehaald worden voor de verzorging van planten en bloemen, het wekelijkse sponzen en zemen, schrobben en dweilen?

Stilstaand water

Tebanneter vrowluuj vinden altijd wel een oplossing. Tegenover de kerk lag een koel. Die lag centraal in het terrein waar vanouds grote boerenhoeven stonden, met hun ruime en goed gevulde stallen. Langjarige veeteelt had de grond rondom de koel verzadigd van wat de veestapel zoal aan afvalproducten achter zich laat. Over het stilstaande water lag een vlies, waarin het zonlicht fraai gekleurde figuren toverde. De poetsploeg besloot haar water uit deze poel te putten.

En ja, nadat planten en bloemstukken waren gedrenkt, de kerkelijke attributen waren gesopt, gesponsd en gezeemd, de tegelvloer van de kerk rijkelijk was besproeid en bespoeld, geschrobd en aangedweild en tot in de uithoeken stofvrij was gemaakt – terwijl het zonlicht door de glas-in-loodvensters fraai gekleurde figuren toverde over de strak geboende stoelen en banken – , toen lag de kerkruimte er pico bello bij, stralend als voor een kerkelijke hoogtijdag.

Geur

De volgende zondag werden de kerkgangers bij binnenkomst overvallen door een penetrante geur die herinnerde aan wat een veestapel achter zich laat. Een waas lag over het kerkmeubilair. De vaste planten lieten hun bladeren hangen, over het water in de bloemenvazen lag een vlies. De geur ontregelde de stembanden van de koorzangers. De altaarkaarsen flakkerden en walmden. De koorjongen hoestte akelig terwijl hij buigend het misboek van de ene naar de andere zijde van het altaar droeg. De kerkmeester knikte met betraand gelaat bij elk muntje dat in het fluwelen collectezakje werd gedeponeerd. Alleen de rector merkte niets van dit alles. Hij leefde in de geur van heiligheid.

Wil je alle Plus-artikelen lezen?

Dagelijks publiceren we meer dan 100 Plus-artikelen op onze site & app. Nieuws, achtergronden, analyses, reportages, interviews en columns. Word nu digitaal abonnee en kies voor een jaar lang korting of maandelijkse flexibiliteit.

Kies digitaal