Literaire Hoek: Een bijzondere ontmoeting met Toon Hermans

Toon Hermans. © Redactiearchief De Limburger

Sittard -

In de Literaire Hoek besteden verschillende Limburgse auteurs, verenigd in de Werkgroep Limburgse Schrijvers, wekelijks aandacht aan lezen en literatuur in Limburg. Vandaag: Niek Bremen over Toon Hermans.

Niek Bremen

Zestien augustus 1973. Ik was 26 jaar. De straten in Sittard waren nog warm van de vorige dag. Ik slenterde in gedachten verzonken langs de winkelpanden aan de Steenweg.

Een man met pretoogjes stond bij een winkel. Hij keek me aan. „Vroeger was hier toch een schoenmaker? Ik krijg pijn aan mijn voeten als ik een paar uur gelopen heb. Rietje heeft ze gekocht. Ze koopt alles te klein.”

„In de Putstraat is een schoenmaker.”

Hij knikte. We liepen samen verder.

Voor een speelgoedwinkel met hobbelpaardjes, vliegers van gekleurd papier en teddyberen bleef hij staan. In de etalage plakte een meisje de wielen aan een speelgoedautootje vast. „Weet je dat ik hier nog knikkers heb gekocht?”

„Knikkers?”, vroeg ik.

„Ja, dit is de winkel van Schutgens. Vader Schutgens bibberde zo met z’n rechterhand, dat ik die knikkers zag bibberen in de glazen pot. En toen hij ze voor me uittelde begon mijn hand ook te bibberen. Ach, ik had alles wel willen hebben, maar ik kon alleen maar kleine dingetjes kopen.” Hij tikte op de etalageruit. Het meisje schrok daar zo van, dat ze onbedoeld een zetje gaf aan het speelgoedautootje dat over de kop sloeg, en de wielen verloor. We lachten.

„Ik ga mijn jeugdherinneringen opschrijven”, zei hij. „De mensen moeten weten wat er in me omgaat. Ze denken dat ik alleen maar grappen maak. Toch is dat niet zo. Met vrienden heb ik het soms over het omkijken naar je eigen leven, het zien wat achter je ligt. Want alles wat in je leven gebeurt is belangrijk. Elk woord is van betekenis. Het is donker waar het donker moet zijn en licht waar het licht moet zijn, zoals in een landschap, waar niet één schaduw verkeerd valt.” Hij veegde over zijn voorhoofd met een boerenzakdoek. „Wat een hitte zeg.”

Even later stonden we op het Marktplein. Zijn handdruk was stevig, alsof we elkaar al heel lang kenden. „Hoe was je naam?”

„Niek. En u?”

„Toon.”

Dat verhaal ligt ver achter me. Maar enkele weken geleden kwamen de herinneringen aan zijn boeken weer bovendrijven toen ik mijn archief opschoonde. Want naast de vele gedichten heeft hij ook verhalen geschreven. De typetjes die hij beschreef waren vaak underdogs, die hun kwetsbaarheid op een komische wijze etaleerden. Heeft Toon niet ooit gezegd: ‘Humor is overwonnen droefheid’?

Hij was een sterke waarnemer en hij had een zeldzame eigenschap, synesthesie: verwarring van de zintuigen. Zo hoorde hij bijvoorbeeld noten als kleuren.

Het oeuvre van Hermans is het resultaat van wat er allemaal in zijn levenstrechter is gestopt: de bittere armoe die hij heeft geleden nadat zijn vader diep was gevallen in de bankierswereld van Sittard.

Echte Toon Hermans-kenners zullen smullen van zijn teksten, zoals in De nootmuskaatkolonel, Van de schaduw en het licht, Verhalen uit mijn leven en Toonboek.

Toonboek was het eerste boek uit 1968 waarin Hermans verhalen, gedichten en illustraties combineerde. Het werd de basis voor zijn verdere werk als auteur en samensteller van bundels met verhalen en gedichten. Na Toonboek zouden nog zeker negentien boeken, waaronder verzameld werk, volgen. In zijn teksten herkennen we de clown, maar ook de filosoof, vaak met een sterk persoonlijk en autobiografisch karakter.

Ze geven aardig wat stof om over te praten, zoals zijn uitspraak, dat vanuit het besef van de eigen hulpeloosheid soms het verlangen ontstaat om voor anderen iets te betekenen.

Laten we zijn levensmotto niet vergeten: ‘Ik kijk altijd naar de zon, dan valt de schaduw achter mij.’

Wil je alle Plus-artikelen lezen?

Dagelijks publiceren we meer dan 100 Plus-artikelen op onze site & app. Nieuws, achtergronden, analyses, reportages, interviews en columns. Word nu digitaal abonnee en kies voor een jaar lang korting of maandelijkse flexibiliteit.

Kies digitaal