Literaire Hoek: Marie Koenen was eigenzinnig conservatief

Marie Koenen. © De Limburger

In de Literaire Hoek besteden verschillende Limburgse auteurs, verenigd in de Werkgroep Limburgse Schrijvers, wekelijks aandacht aan lezen en literatuur in Limburg. Vandaag Piet Poell over Marie Koenen.

Piet Poell

De Tachtigers braken met gezapige tradities en brachten ‘nieuwe kunst’. Zo hebben we dat toch geleerd: een roedel bevlogen jonge wolven dat vanaf 1880 de literatuur op stelten zette met zijn l’art pour l’art.

Maar dat was een Amsterdamse beweging. En l’art pour l’art betekende, volgens Willem Kloos: de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie. Geen politiek, geen levensbeschouwing, geen moraal. De Schoonheid als god.

Tegenwicht

Dat zagen ze in het zuiden anders. Ook in dat ‘achtergebleven rijksdeel’ stonden schrijvers op met een eigen stem en een eigen idee: een katholieke literatuur. Het katholicisme zat elke Limburger in zijn bloed, maar het was eeuwenlang onderdrukt door de Amsterdamse regenten. Men wilde eindelijk gehoord worden en men zocht dus naar tegenwicht tegen het Amsterdamse schoonheidsideaal. Het katholicisme bood dat tegenwicht. En het tijdschrift De Katholiek bood een podium, maar dat was erg behoudend. Het weigerde een artikel van C.R. de Klerk, ‘Een eigen literatuur’, om zijn ‘radicale meningen’ en dat werd aanleiding tot de stichting van een ander, vrijzinniger tijdschrift: Van Onzen Tijd. Ontstaan uit weerspannigheid tegen De Katholiek beoogde het de katholieke literatuur een modernere injectie te geven, in die tijd een revolte.

Amper lezers

Het stootte echter op een nog steeds actuele handicap: de doelgroep voor de revolutie was beperkt. Er waren amper lezers. Er was ook amper een revolutie, er was een eeuwenlang miskende bevolkingsgroep en haar voormannen die hun plaats opeisten. En een van die voormannen was een vrouw: Marie Koenen (1879-1959), dochter van taalkundige Jacobus Koenen (van het woordenboek Koenen-Endepols) die in Van Onze Tijd haar eerste novelle publiceerde: Het Hofke.

Herkenbaar

Marie Koenen was helemaal geen rebel. Maar zij schreef over herkenbare mensen, godvruchtige boeren, levend in een landschap van mystieke allure. Elke Limburgse boer voelde ‘Gods werk’ in het land dat hij bebouwde en hij las daarover in Koenens romans, zoals De Moeder (1917)en De Andere (1919) en later in De Korrel in de Voor (1941) en Wassend Graan (1947). Haar boeken ademen een heel eigen romantiek, vol spiritualiteit, aanleunend tegen een krachtig Godsbesef. Dankzij Marie Koenen begonnen de Limburgers te lezen. Dankzij de vrouwen in haar romans begonnen vrouwen in het echt hun plaats op te eisen… Desondanks komt haar werk ons nu oubollig voor, mede gevolg van het feit dat katholieke structuren in het zuiden onwrikbaar vastlagen. Je kwam met je vernieuwingsdrang niet voorbij mijnheer pastoor.

Luiletterland

Van 1919 tot 1929 was zij getrouwd met Felix Rutten, maar een verbond tussen die twee tegenpolen was gedoemd te mislukken. De titel van een werk van Adri Gorissen over dat huwelijk spreekt boekdelen: De abdis en de zwerver (2005). Na de scheiding vertrok Rutten naar Rome. Marie Koenen daarentegen bleef honkvast, verkleefd met het Limburgse land.

Zij stond niet op de barricaden, maar zij liet in haar boeken een eigen stem horen, herkenbaar voor een groeiende lezersschare, wars van het zelfingenomen Amsterdams gekrakeel dat tot op de dag van vandaag de boventoon voert in Luiletterland.

De rijstebrijberg rond de Luiletterlijken bedwingen, daartoe dienen zich nieuwe weerspannigen aan: de Werkroep Limburgse Schrijvers.

Wil je alle Plus-artikelen lezen?

Dagelijks publiceren we meer dan 100 Plus-artikelen op onze site & app. Nieuws, achtergronden, analyses, reportages, interviews en columns. Word nu digitaal abonnee en kies voor een jaar lang korting of maandelijkse flexibiliteit.

Kies digitaal