Was het echt nodig om in een artikel over de burgemeester van Roermond de affaire rond Jos van Rey weer op te rakelen?

Bjorn Oostra.© Johannes Timmermans

Hoelang draag je iemand zijn verleden na? Moet je als verslaggever in een poging zo volledig mogelijk te zijn, keer op keer misstappen of dubieuze uitspraken herhalen? Ook als de relevantie ver te zoeken is of zelfs volledig ontbreekt?

Bjorn Oostra

Deze vragen kwamen deze week in twee verschillende casussen op tafel. Verslaggever Sjors van Beek heeft enkele maanden geleden een artikel geschreven over een medewerker van een Limburgse zorginstelling, die na een ‘heftige MeToo-affaire’ op staande voet was ontslagen. De man had zijn ontslag bij de rechter aangevochten, maar kreeg daar nul op het rekest. In de uitspraak viel te lezen dat de man inmiddels bij een Limburgse gemeente aan de slag was gegaan, maar bij welke werd niet onthuld.

Lees ook: ‘Een geïnterviewde heeft geen vetorecht, ook enfant terrible Jo Palmen uit Brunssum niet’

Tweede kans

De informatie waar hij momenteel werkt, kregen wij deze week toegespeeld. Was dat aanleiding opnieuw in de zaak te duiken, de nieuwe werkgever van de man te onthullen en de desbetreffende gemeente te vragen hoe het mogelijk is dat iemand die zich volgens de civiele rechter schuldig had gemaakt aan ernstig seksueel grensoverschrijdend gedrag doodleuk als ambtenaar aan de bak kan? Of is de man in kwestie inmiddels voldoende gestraft en verdient hij een tweede kans? Met de grootst mogelijke zorgvuldigheid en met in het achterhoofd de overtuiging dat als wij zijn naam zouden noemen hem mogelijk weer ontslag zou wachten, besloten we navraag te doen. Het is immers relevant te weten hoe werkgevers, en zeker overheden, in het MeToo-tijdperk onderzoek doen naar het verleden van sollicitanten.

Collega Sjors van Beek.© De Limburger

Al vrij snel ontdekte collega Van Beek dat de feiten anders lagen dan ze ons in eerste instantie waren gepresenteerd. De man stond niet op de loonlijst van een gemeente, maar was er via een andere instelling werkzaam. En, niet onbelangrijk, het hoger beroep dat de man had aangespannen tegen zijn ontslag bij de zorginstelling was ingetrokken. Er bleek een schikking te zijn getroffen. Hoewel ook dat weer de nodige vragen oproept, besloten we de zaak toch te laten rusten. Het persoonlijk belang, zo oordeelden wij, weegt op dit moment zwaarder dan het belang u te informeren over de afloop van een zaak waarmee wij maanden geleden de krant openden.

Lees ook: ‘Wij kunnen kunstmatige intelligentie na een goed en stevig debat zodanig toepassen dat de krant er uiteindelijk beter van wordt’

Strijdbijl

De vraag hoelang je iemand zijn verleden nadraagt, werd ook opgeworpen door een lezer die mij de vraag stelde of het nu echt nodig was in een artikel over het aantal solli­citanten voor het burgemeesterschap van Roermond in een paar alinea’s de affaire rond wethouder Jos van Rey opnieuw op te dissen. „Totaal niet relevant”, oordeelde zij. „Kennelijk kan een aantal van uw medewerkers de strijdbijl niet begraven. Ik ben geen aanbidder van Van Rey en het is duidelijk dat Van Rey fouten heeft gemaakt, maar dat mag geen reden zijn om elk aanleiding aan te grijpen om weer een stukje geschiedenis op te halen.”

Jos van Rey.© Peter Schols

Ik ben het met haar eens. In dit geval was er geen grond om het verleden van Van Rey erbij te halen. Dat de man ooit is veroordeeld, is algemeen bekend en hoeft niet keer op keer herhaald te worden. Jos van Rey heeft van de kiezer een tweede kans gekregen, het is aan ons dat te respecteren en hem niet om de haverklap met zijn verleden te confronteren.